The wild edge of sorrow. Een boek over verlies in al zijn vormen. Het boek dat me letterlijk naar de keel greep en mijn ogen meermaals liet vollopen. Het boek dat me ertoe aanzette mijn eigen verlies ritueel te maken en uit te voeren.
Ik stak het vuur aan, heel vroeg in de ochtend, bij zonsopgang, op het strand. Ik gaf alles terug aan het vuur wat me gebroken had. Verscheurd had. In puin had achtergelaten.
Ik zat daar met mijn verlies en verdriet, maar het voelde heel gedragen. Door de grond onder mij en de mensen om me heen die ik mijn netwerk mag noemen.
Om mijn ritueel af te ronden ging ik het water in. Liet ik me omhelzen en dragen zoals alleen water dat kan. Hou-vast miste ik. Iemand die me kon vasthouden en dragen zonder me het gevoel te geven dat er ook maar 1 cel te veel was aan me. Ik gaf me over. Ik bleef net zolang in het water tot ik voelde dat ik verder kon.
1 jaar later ging ik opnieuw naar die plek. De plek waar ik vorig jaar een nieuwe start kon voelen, met als boodschap voor mezelf dat ik zou blijven, bij mezelf, in mijn relaties, in dit leven. Vandaag voegde ik er ‘nabij‘ aan toe. Omdat ik die warmte en zachtheid van nabijheid zo belangrijk vind. Ik blijf nabij. Nabij mezelf, relaties, nabij in dit leven.
Het afgelopen jaar bracht meer uitdagingen met zich mee dan me lief waren. Een huis moeten kopen onder grote tijdsdruk, het verbouwen aan nog een veel hogere tijdsdruk en alle andere zaken die erbij kwamen. Heel bewust moest ik delen van mezelf afsplitsen om te kunnen blijven. Die tegenstrijdigheid bracht pijn en verdriet met zich mee, elke keer wanneer ik opnieuw verbondenheid zou ervaren.
Ik ging opnieuw naar die plek. Een plek die bruist van het leven en tegelijk sereniteit met zich meebrengt. Weids. Open en toch afgebakend. Ik stak het vuur aan en gaf terug. Ik huilde. Alle tranen die ik had doorgeslikt kregen een plek. Opnieuw ging ik het water in. De golven verwelkomden me in het grotere geheel dat we zee noemen. Ik kwam thuis. Opnieuw. Elke keer opnieuw. Want dat is het mooie aan afdwalen of verdwalen: dat je weer thuis kan komen.
In stilte dank ik het leven. Voor de uitdagingen. Maar vooral voor de gedragenheid. Voor de woorden “het komt goed” en het vertrouwen dat ik daarin mag stellen. Voor de kracht in mij die me nog steeds versteld doet staan. Voor de zachtheid in mij. Voor de zachtheid en de mildheid. Voor het leven zelf. Ik had nooit durven hopen dat ik het leven zo lief zou hebben als dat ik doe.
Met het ruisen van de zee in mijn hart wandelde ik terug en besloot ik dat ik hier volgend jaar wellicht weer opnieuw ben.
Vanuit mijn werk bij Balancio weet ik als geen ander wat een groot verschil het maakt als je je gedragen mag voelen. Niet iedereen die bij me langskomt heeft een warm en zacht netwerk om op terug te vallen. Als dat voor jou het geval is, weet dan dat je welkom bent bij Balancio!
